ECLI:NL:GHLEE:2007:BA1406
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onbevoegde vordering en onvoldoende bewijs dierenmishandeling
Op 15 en 22 december 2004 werd verdachte ten laste gelegd van het opzettelijk niet voldoen aan een vordering tot uitlevering van paspoorten van paarden en/of pony's. Het hof oordeelde dat deze vordering onbevoegd was, omdat de dieren al op 13 december 2004 waren in beslag genomen en via chip geïdentificeerd konden worden. Verdachte werd daarom vrijgesproken van dit feit.
Daarnaast werden verdachte mishandeling van 17 paarden en/of pony's en zeven honden ten laste gelegd, primair en subsidiair. Het hof vond voldoende bewijs dat de dieren op 13 december 2004 te mager of ondervoed waren, maar onvoldoende bewijs voor de periode daarvoor. Er was geen overtuigend bewijs dat de toestand van de dieren op die datum uitsluitend door het handelen of nalaten van verdachte was veroorzaakt. Daarom werden ook deze feiten niet bewezen verklaard.
De raadsvrouw van verdachte voerde ontvankelijkheidsbezwaren aan, waaronder onrechtmatige vervreemding van paarden zonder paspoorten, onbevoegde opsporing door de Landelijke Inspectie Dierenbescherming (LID) en onzorgvuldige inbeslagname. Het hof verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de LID bevoegd was en dat de inbeslagname rechtmatig was uitgevoerd.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De in beslag genomen dieren werden gelast terug te geven aan verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het niet voldoen aan de vordering tot uitlevering en van dierenmishandeling wegens onbevoegde vordering en onvoldoende bewijs.