ECLI:NL:PHR:2009:BG8955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onjuiste lezing tenlastelegging in dierenverwaarlozing
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode februari tot en met december 2004 als houder van zeventien paarden/pony’s en zeven honden onvoldoende verzorging had gegeven, waardoor deze dieren mager, ondervoed of vermagerd waren. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de dieren gedurende de gehele periode in die toestand verkeerden.
De Hoge Raad stelt dat het hof de tenlastelegging verkeerd heeft uitgelegd. De tenlastelegging richt zich op het onthouden van de nodige verzorging gedurende de periode, niet op de toestand van de dieren gedurende de gehele periode. Het feit dat de dieren op 13 december 2004 te mager waren, kan wijzen op verwaarlozing in de voorafgaande periode.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is en berust op een verkeerde lezing van de tenlastelegging. De vrijspraak wordt daarom vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste lezing tenlastelegging en verwijst zaak terug.