ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7847
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- De Bock
- Verschuur
- Keur
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vervallenverklaring bankgarantie na geschil over aannemingsovereenkomst afgewezen
In deze zaak staat een geschil centraal tussen partijen over een aannemingsovereenkomst uit 2003 waarbij de geïntimeerde werkzaamheden heeft verricht en daarvoor een bedrag van €209.867 heeft gefactureerd. Appellanten betaalden slechts €105.042,40 en weigerden het restant wegens vermeende gebrekkige uitvoering.
De geïntimeerde vorderde betaling van het openstaande bedrag en daarnaast werd in reconventie door appellanten een schadevergoeding van €368.422,92 gevorderd. Ter zekerheid werd conservatoir beslag gelegd, dat werd opgeheven na afgifte van een bankgarantie van €280.000 door geïntimeerde.
De voorzieningenrechter had de vordering tot vervallenverklaring van de bankgarantie gedeeltelijk toegewezen, maar het hof vernietigt dit vonnis en wijst de vordering af. Het hof oordeelt dat tussentijdse opheffing van de bankgarantie niet kan worden gevorderd omdat partijen hierover geen afspraken hebben gemaakt en de garantie doorloopt tot een onherroepelijke rechterlijke beslissing of tien jaar na afgifte.
Verder acht het hof onvoldoende aannemelijk dat appellanten misbruik van recht maken of dat het vasthouden aan de bankgarantie onaanvaardbaar is. De kosten van beide instanties worden aan geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot vervallenverklaring van de bankgarantie wordt afgewezen en de kosten worden aan geïntimeerde opgelegd.