ECLI:NL:GHLEE:2009:BH1039
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.T. Wemes
- H.J. Deuring
- G.J. Niezink
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door verkoop cocaïne voor eigen gebruik
De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door de voortgezette handel in cocaïne. De rechtbank legde een ontnemingsmaatregel op ter hoogte van €16.425, gebaseerd op een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep betwistte de veroordeelde de hoogte van het voordeel en voerde hij aan dat zijn cocaïnegebruik lager was dan de rechtbank aannam. Het hof volgde de verklaring van de veroordeelde dat hij gemiddeld 0,75 gram cocaïne per dag gebruikte gedurende twee jaar, wat leidde tot dezelfde schatting van het voordeel. De stelling dat hij deels financierde uit een erfenis werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder werd een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep vastgesteld, maar het hof oordeelde dat deze geringe overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid of strafvermindering leidt, mede vanwege de voortvarende behandeling in eerste aanleg.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel definitief vast op €16.425, dat de veroordeelde aan de Staat moet betalen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Leeuwarden op 27 januari 2009.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €16.425 en legt betaling aan de Staat op.