ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2717
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- D.J. Keur
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak faillissementsfraude wegens ontbreken bewijs opzet benadeling schuldeisers
Verdachte en zijn medeverdachte beheerden een vennootschap die meerdere horecagelegenheden exploiteerde, welke uiteindelijk failliet gingen. De rechtbank had verdachte veroordeeld voor faillissementsfraude, waarbij hij zou hebben bijgedragen aan het onttrekken van geld en goederen aan de boedel en het bevoordelen van schuldeisers.
In hoger beroep oordeelt het hof dat onvoldoende bewijs bestaat dat verdachte met opzet of voorwaardelijk opzet heeft gehandeld om de schuldeisers te benadelen. Uit het dossier blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte serieuze pogingen hebben gedaan om het bedrijf te redden, waaronder het verkrijgen van leningen en pachtverlagingen.
Hoewel de exploitatie verliesgevend was en het faillissement onvermijdelijk bleek, is niet komen vast te staan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat schuldeisers benadeeld zouden worden. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde faillissementsfraude.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van faillissementsfraude wegens onvoldoende bewijs voor opzet tot benadeling van schuldeisers.