ECLI:NL:GHLEE:2009:BH5236
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Overtoom
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetaling bij ziekte en vergoeding reisuren volgens Bouw CAO
Appellant was werkzaam bij de aannemer op basis van meerdere arbeidsovereenkomsten en viel op 17 januari 2000 en opnieuw op 13 september 2004 uit wegens knieklachten. De kern van het geschil betrof de vraag wat de bedongen arbeid was na 1 april 2002 en de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Het hof stelde vast dat vanaf 1 april 2002 de bedongen arbeid metselaar was, ondanks dat op loonstroken nog elementensteller stond vermeld. Hierdoor was de aannemer gehouden het loon gedurende 104 weken door te betalen vanaf 13 september 2004.
Daarnaast vorderde appellant vergoeding van achterstallige reisuren op basis van de Bouw CAO. Het hof oordeelde dat appellant voldoende inzicht had gegeven in zijn vordering en dat de aannemer onvoldoende bewijs had geleverd van een afwijkende regeling. Na correcties op de berekening stelde het hof de vergoeding op circa € 2.000 bruto vast. De vordering tot betaling van vakantiedagen werd afgewezen omdat deze nog niet opeisbaar waren.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de meeste vorderingen van appellant toe, veroordeelde de aannemer tot betaling van loon, wettelijke rente en reisurenvergoeding, en legde de proceskosten aan de aannemer op.
Uitkomst: De aannemer is verplicht het loon gedurende 104 weken door te betalen vanaf 13 september 2004 en € 2.000 bruto aan reisuren te vergoeden.