ECLI:NL:GHLEE:2009:BI3879
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Geen in rechte beschermd vertrouwen op volledige aftrek stakingslijfrente na omzetting oudedagsreserve
Belanghebbende had na omzetting van zijn oudedagsreserve in 2001 een bedrag van €186.668 als stakingslijfrente in 2002 willen aftrekken. De inspecteur weigerde dit omdat de aftrek volgens de wet verminderd moet worden met de oudedagsreserve van €88.693. Belanghebbende stelde dat hij door correspondentie met de inspecteur erop mocht vertrouwen dat volledige aftrek mogelijk was.
De rechtbank had het standpunt van belanghebbende gevolgd, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt dat geen sprake is van een in rechte beschermd vertrouwen omdat de inspecteur slechts een algemene bevestiging gaf, niet alle relevante gegevens bekend waren en belanghebbende niet expliciet vroeg naar aanvullende stortingen. Bovendien was de correspondentie met een deskundige gemachtigde, die bekend moest zijn met de wettelijke regels.
Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend. De beslissing is genomen door de belastingkamer van het Gerechtshof Leeuwarden en op 8 mei 2009 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond omdat geen in rechte beschermd vertrouwen is gewekt voor volledige aftrek van de stakingslijfrente.