ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8759
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- D.V.E.M. van der Wiel - Rammeloo
- F.J. Streppel
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij verkrijging aangrenzende landbouwgrond
Belanghebbende en zijn broers kochten op 6 juni 2002 een perceel landbouwgrond van 27,89.88 hectare, dat reeds door hun vader werd gepacht. Zij deden een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting zoals bedoeld in artikel 15, lid 1, onderdeel q, van de Wet belastingen van rechtsverkeer. De inspecteur legde echter een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat niet aan de voorwaarden voor de vrijstelling was voldaan.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof overwoog dat de vrijstelling bedoeld is voor aankoop van aangrenzende landerijen ter verbetering van de landbouwstructuur. Hoewel het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (artikel 6a) voorschrijft dat de verkrijger de grond bedrijfsmatig moet exploiteren, oordeelde de Hoge Raad dat deze eis niet bindend is.
Het hof stelde vast dat de vader van belanghebbende de grond bedrijfsmatig exploiteert en dat de verkrijging door belanghebbende en zijn broers de landbouwstructuur verbetert door het voorkomen van schaalverkleining. Daarom is de vrijstelling van toepassing. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten ten laste van de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De vrijstelling van overdrachtsbelasting wordt toegepast en de naheffingsaanslag vernietigd.