ECLI:NL:HR:2007:AU9530
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake naheffingsaanslag overdrachtsbelasting landbouwvrijstelling
Belanghebbende verkreeg in 2001 het vruchtgebruik en een onverdeeld aandeel in de volle eigendom van diverse landbouwpercelen nabij Q en R. De percelen waren verkocht door twee verkopers die hun gezamenlijke landbouwbedrijf wilden splitsen. De kopers, waaronder belanghebbende, exploiteerden zelf geen landbouwbedrijf, maar pachtten de gronden terug aan een van de verkopers.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat de vrijstelling voor landbouwgrond volgens het Uitvoeringsbesluit niet van toepassing zou zijn, omdat de verkrijger de grond niet bedrijfsmatig exploiteert. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
De Hoge Raad oordeelt dat het Uitvoeringsbesluit op dit punt in strijd is met de wet, omdat de wetgever niet heeft beoogd de definitie van verbetering van de landbouwstructuur zo te beperken dat alleen bedrijfsmatige exploitatie vrijstelling geeft. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor herbeoordeling, waarbij ook het doel van de transactie, namelijk de financiering van de bedrijfsverdeling, moet worden betrokken.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 13 juli 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.