ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4288
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op zelfstandigenaftrek en nieuw feit voor herziening verliesbeschikking 2001
Belanghebbende, medeondernemer in een vennootschap onder firma (vof) met een autobedrijf en tankstation, stelde zich op het standpunt dat de inspecteur niet beschikte over een nieuw feit om de verliesbeschikking voor 2001 te herzien en dat zij recht had op zelfstandigenaftrek. De inspecteur had de verliesbeschikking herzien op basis van een boekenonderzoek en stelde dat belanghebbende niet voldeed aan het urencriterium en dat sprake was van een ongebruikelijk samenwerkingsverband.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de inspecteur niet gehouden was tot nader onderzoek bij het opleggen van de aanslag, tenzij er redelijke twijfel bestond, wat hier niet het geval was. De wijziging van de wettelijke regeling per 2001 bracht geen onderzoeksplicht mee. Het hof beoordeelde per onderneming of de werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren en concludeerde dat belanghebbende voor het tankstation wel uren kon meetellen, maar niet voor het autobedrijf.
Omdat het aantal uren voor het tankstation onder de vereiste 1.225 uren bleef, voldeed belanghebbende niet aan het urencriterium en had zij geen recht op zelfstandigenaftrek. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.