ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6167
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens dringende reden werknemer
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer die door zijn werkgever op grond van een dringende reden is ontslagen. In eerste aanleg wees de kantonrechter de loonvordering af, omdat de werkgever de loonbetaling had stopgezet na het constateren dat de werknemer nog werkzaamheden verrichtte voor een ander bedrijf, wat een dringende reden vormde voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de werkgever bewust heeft gekozen voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en niet voor ontslag op staande voet. De werknemer had geen arbeid meer te verrichten, maar behoudt recht op loon tot de datum van ontbinding. Het beroep van de werkgever op het vervallen van de loonbetalingsverplichting faalt, omdat geen geldige uitzondering is aangetoond.
Verder oordeelt het hof dat de werkgever aanspraak kan maken op een schadevergoeding wegens de dringende reden, gelijk aan het loon over de opzegtermijn. De opzegtermijn wordt vastgesteld op één maand, conform de wet, omdat geen langere termijn is overeengekomen. De loonvordering wordt daarom gedeeltelijk toegewezen voor de maand april 2009 en het vakantiegeld over de periode tot mei 2009.
De proceskosten worden gecompenseerd en de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat daarvoor geen aparte werkzaamheden zijn gesteld. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering toe over april 2009 en het vakantiegeld tot mei 2009, en compenseert de proceskosten.