Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren”.
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel
wettelijkeopzegtermijn (geregeld in art. 7:672 BW Pro) in acht zou zijn genomen. Ook kan de kantonrechter, op grond van lid 5, onder b, op grond van billijkheidsoverwegingen de vergoeding op een hoger bedrag stellen in de situatie dat de werknemer de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden heeft opgezegd. Art. 7:686a lid 4 sub a BW bevat een vervaltermijn van twee maanden voor het indienen van een verzoek bij de kantonrechter tot het toekennen van de vergoeding.
volgens H.R. 1 februari 1946, N.J. 106 en H.R. 27 juni 1947, N.J. 442 m.o. D.J.V. […] bij de «volledige schadevergoeding» niet [gaat] om vergoeding van de schade die veroorzaakt is door het feit dat is opgezegd, maar om vergoeding van de schade die veroorzaakt is door het feit dat niet met inachtneming van de opzegtermijn is opgezegd”. [22]
in de wetis geregeld op welke vergoedingen aanspraak bestaat bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [25] Zo staat het ook in de toelichting op art. 7:677 BW Pro. [26]
zelfzou hebben opgezegd. De achtergrond van de gefixeerde schadevergoeding is immers, zo schrijft Verhulp, dat de op staande voet opzeggende partij door de wederpartij de opzegtermijn wordt ontnomen. [33] Dit standpunt wordt ook door andere auteurs ingenomen. [34]
Van der Grinten Arbeidsovereenkomstenrechtgesuggereerd dat de hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de opzegtermijn van de opzeggende partij. Daarin is namelijk te lezen dat de hoogte van de vergoeding overeen komt met het bedrag dat de opzeggende partij verschuldigd is bij een onregelmatige opzegging. [35]
genoodzaaktziet tot onverwijlde opzegging door opzet of schuld van de wederpartij. Zonder die opzet of schuld van de wederpartij zou de opzeggende partij niet tot opzegging zijn overgegaan. De hypothetische situatie waarmee vergeleken moet worden is in deze situatie dus níet de situatie dat de opzeggende partij zelf regelmatig had opgezegd; de arbeidsovereenkomst zou gewoon hebben voortgeduurd. Daarom ligt het minder voor de hand om bij ontslag op staande voet een vergelijking te maken met de hypothetische situatie dat de arbeidsovereenkomst door de opzeggende partij regelmatig zou zijn opgezegd, en naar
diensopzegtermijn te kijken.
altijd rekening moeten hebben houden met (regelmatige) opzegging door de wederpartij. Zo ver komt het echter niet; vanwege een dringende reden, ziet de opzeggende partij zich genoodzaakt om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. De hypothetische situatie waarmee vergeleken moet worden vergeleken is dus die waarin de wederpartij regelmatig zou hebben opgezegd. Hiermee ligt het in de rede dat de compensatie voor de opzeggende partij betrekking heeft op het mislopen van het in acht nemen van de regelmatige opzegtermijn door de wederpartij. Dat betekent dat gekeken moet worden naar de opzegtermijn van de wederpartij – de partij die door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven.
wettelijkeopzegtermijn (vgl. onder 3.6).