ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5135
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Verschuur
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing erfdienstbaarheid wegens toekomstig terugkerend belang
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellanten] en [geïntimeerde] over het recht van erfdienstbaarheid ten laste van het perceel van [appellanten] en ten behoeve van het perceel van [geïntimeerde]. [Geïntimeerde] wil gebruik maken van het recht van weg over het perceel van [appellanten], maar [appellanten] weigeren doorgang te verlenen en vorderen opheffing van de erfdienstbaarheid.
De erfdienstbaarheid is gevestigd in het kader van een ruilverkaveling uit 1978, waarbij het recht van weg ten behoeve van het perceel van [geïntimeerde] is vastgelegd. [Appellanten] betogen dat er geen recht van erfdienstbaarheid is ontstaan of dat dit recht opgeheven moet worden vanwege onvoorziene omstandigheden en het ontbreken van een redelijk belang van [geïntimeerde].
Het hof oordeelt dat de erfdienstbaarheid rechtsgeldig is gevestigd door de plaatselijke commissie in het kader van de ruilverkaveling en dat er geen bewijs is van een fout in die regeling. Hoewel [geïntimeerde] momenteel eigenaar is van beide percelen en daardoor geen direct belang heeft bij het gebruik van de erfdienstbaarheid, is het niet uitgesloten dat de percelen in de toekomst weer in verschillende handen komen. Hierdoor blijft het redelijk belang en de mogelijkheid van gebruik van de erfdienstbaarheid bestaan.
Daarom wijst het hof de vordering tot opheffing af. Tevens bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en veroordeelt het de partijen in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid wordt afgewezen vanwege het toekomstig terugkerend belang.