ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5330
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rowel-van der Linde
- Kuiper
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Koper pand op executieveiling vergist zich in huurder; geen onrechtmatige daad door beslaglegging onder onderhuurder
In deze zaak stond centraal of de eigenaar van een pand, gekocht op executieveiling in verhuurde staat, onrechtmatig heeft gehandeld jegens de hoofdhuurder door beslag te leggen onder de onderhuurder en een procedure te starten om de huurovereenkomst tussen hoofdhuurder en onderhuurder te vernietigen.
De feiten wezen uit dat de villa sinds 1997 was verhuurd aan appellant, die het pand onderverhuurde aan een derde, die een sexclub exploiteerde. De eigenaar, geïntimeerde, stelde dat hij de huurpenningen van de onderhuurder mocht ontvangen en startte een procedure om de huurovereenkomst tussen appellant en de onderhuurder te vernietigen. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens het uitblijven van huurbetalingen door de onderhuurder, die door beslaglegging niet kon betalen.
Het hof oordeelde dat het instellen van de procedure en het leggen van beslag niet onrechtmatig was, tenzij bijzondere omstandigheden zouden zijn gesteld, wat niet het geval was. Ook het argument dat de beslaglegging de betalingsonmacht van de onderhuurder veroorzaakte en daarmee onrechtmatig was, werd verworpen wegens gebrek aan nadere toelichting.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot schadevergoeding af.