ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3936
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens onvoldoende administratie bij kappersbedrijf
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote eigenaar van een vennootschap onder firma die een kappersbedrijf exploiteert, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens het niet voldoen aan de bewaarplicht van de administratie volgens artikel 52 AWR Pro. Tijdens een boekenonderzoek bleek dat een aanzienlijk aantal sessienummers en hoofdregelnummers in het digitale afrekensysteem ontbrak, wat leidde tot vermoedens van omzetverzwijging.
De Inspecteur stelde correcties vast op basis van ontbrekende digitale records en legde vergrijpboetes van 50% op. Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was en dat de administratie voldeed, met mogelijke verklaringen voor de ontbrekende gegevens. Het Hof oordeelde dat de verklaringen onvoldoende waren en dat de administratie niet voldeed aan de eisen, mede gezien het grote aantal verwijderde sessies en het contante karakter van de omzet.
Het Hof bevestigde de navorderingsaanslagen en stelde vast dat belanghebbende voorwaardelijk opzet had, waardoor de boete terecht was. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn en eerdere boetes matigde het Hof de boete tot 22,5% van de nagevorderde belasting. Het beroep tegen de heffingsrente werd ongegrond verklaard. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in een deel van de proceskosten.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot 22,5% van de nagevorderde belasting, navorderingsaanslagen worden bevestigd en de Inspecteur wordt veroordeeld in een deel van de proceskosten.