ECLI:NL:GHLEE:2010:BL5301
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Huiskes
- G.M. van der Meer
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwijtscheldingswinstvrijstelling bij beëindiging autobedrijf en tankstation
Belanghebbende dreef tot 1993 een autobedrijf en tankstation en had een regresvordering van D B.V. wegens borgstelling. In 1993 werd een overeenkomst gesloten waarbij een deel van de schuld in 2003 zou worden kwijtgescholden, mits aan bepaalde voorwaarden werd voldaan.
De inspecteur corrigeerde bij de aanslag inkomstenbelasting 2003 de winst met € 34.881 wegens het niet verlenen van vrijstelling voor kwijtscheldingswinst. De rechtbank oordeelde echter dat de aanslag verminderd moest worden en de vrijstelling terecht werd toegepast.
Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de verbintenis tot kwijtschelding een opschortende voorwaarde bevatte die in 2003 werd vervuld, zodat het voordeel in dat jaar moet worden beoordeeld. De feiten en omstandigheden in 1993 waren bepalend voor de vraag of de rechten niet voor verwezenlijking vatbaar waren, en het hof acht aannemelijk dat dit het geval was.
De inspecteur's standpunt dat de rechten in 2003 niet vrijgesteld konden worden vanwege compensabele verliezen wordt verworpen, omdat de wettelijke bepaling zich richt op het moment van het voordeel, niet op het moment van de overeenkomst. Het hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kwijtscheldingswinstvrijstelling terecht in 2003 is toegepast en verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond.