ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4111
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaarheid schennis van de eerbaarheid door gesproken woord
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens schennis van de eerbaarheid door het doen van oneerbare uitlatingen richting twee minderjarige meisjes. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het hof oordeelde dat artikel 239 Sr Pro niet bedoeld is om schennis van de eerbaarheid te bestrijden wanneer deze plaatsvindt door het gesproken woord. De uitlatingen van verdachte, hoewel oneerbaar, vallen niet onder de strafbepaling. De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van klachten van de getuigen, maar dit werd verworpen omdat artikel 239 Sr Pro geen klachtdelict is.
Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk oneerbare woorden heeft geuit, maar concludeerde dat dit geen strafbaar feit oplevert. Verdachte werd daarom ontslagen van alle rechtsvervolging. Het arrest bevestigt de beperkte reikwijdte van artikel 239 Sr Pro en verduidelijkt dat schennis van de eerbaarheid door gesproken woord niet strafbaar is onder deze bepaling.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de uitlatingen niet strafbaar zijn onder artikel 239 Sr.