ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6069
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over recht op aftrek omzetbelasting woning en schuur
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, liet tussen 2003 en 2006 een woning met schuur bouwen die hij tot zijn ondernemingsvermogen rekende. Over het tweede kwartaal 2004 werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €12.441, omdat de Inspecteur meende dat de woning niet voldoende zakelijk werd gebruikt om recht op aftrek te rechtvaardigen.
De Rechtbank Leeuwarden vernietigde de naheffingsaanslag, maar de Inspecteur ging in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat de woning en schuur als twee zelfstandige, los van elkaar bruikbare goederen moeten worden beschouwd, omdat de schuur al eerder in gebruik was genomen en beide beschikken over eigen faciliteiten.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende de woning als ondernemer heeft betrokken en bestemd voor zijn economische activiteiten, ook al werd de kantoorruimte in de woning in het eerste jaar nog niet volledig als zodanig ingericht. Het beperkte zakelijke gebruik in die periode deed niet af aan het recht op aftrek van de omzetbelasting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
De kosten van het hoger beroep werden vastgesteld op €644 voor professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd op 11 mei 2010 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.