ECLI:NL:GHLEE:2010:BN9469
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.J. Kromhout
- J. Huiskes
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingplicht periodieke uitkering op grond van familierechtelijke verplichting in 2005
In deze zaak staat centraal of belanghebbende in 2005 een periodieke uitkering of verstrekking heeft ontvangen die op grond van artikel 3.101, eerste lid, onderdeel b van de Wet inkomstenbelasting 2001 belastbaar is. De Inspecteur stelde dat belanghebbende en haar ex-man duurzaam gescheiden leefden en dat er een voorlopige voorziening bestond, waardoor zij een bedrag ontving dat belastbaar zou zijn. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat er geen sprake was van een dergelijke voorziening en dat zij in haar eigen onderhoud kon voorzien.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. De Inspecteur ging in hoger beroep, maar het Gerechtshof Leeuwarden oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de betalingen van de ex-man bedoeld waren als bijdrage aan het levensonderhoud van belanghebbende. Het Hof vond de berekening van de onderhoudsbehoefte op basis van algemene alimentatienormen te zwak om te concluderen dat er een belastbare periodieke uitkering was.
Het Hof nam mee dat belanghebbende geloofwaardig had verklaard dat zij zelf in haar onderhoud kon voorzien en dat de betalingen van de ex-man bedoeld waren om de levensstandaard van de kinderen te handhaven. De stelling van de ex-man dat er wel sprake was van een bijdrage aan het levensonderhoud van belanghebbende werd niet onderbouwd en was onvoldoende bewijs.
Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur tot betaling van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.