ECLI:NL:GHLEE:2010:BO3744
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- K.E. Mollema
- J.H. Kuiper
- R.A. Zuidema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering wegens ontbreken spoedeisend belang in kort geding na verkoop makelaardij
Appellant en geïntimeerde waren beiden makelaars en appellant verkocht zijn onderneming grotendeels aan geïntimeerde. De koopprijs en een goodwillvergoeding waren schriftelijk vastgelegd, evenals een arbeidsovereenkomst met een relatiebeding. Appellant werd ontslagen en startte een nieuwe makelaardij, waarbij hij panden uit de overgedragen portefeuille aanbood.
Appellant vorderde in kort geding betaling van de restantkoopsom, stellende dat hij door het ontslag zonder vaste inkomsten zat en spoedeisend belang had. De voorzieningenrechter wees de vordering af. In hoger beroep stelde appellant dat het spoedeisend belang bestond, maar het hof oordeelde dat het tijdsverloop van anderhalf jaar tussen het vonnis en het indienen van de memorie van grieven zonder verklaring te lang was.
Het hof vond dat appellant onvoldoende uitleg gaf voor het lange tijdsverloop en dat ook de periode na het vonnis van de kantonrechter onvoldoende werd verantwoord. Geïntimeerde wees terecht op de mogelijkheid om een bodemprocedure te starten. Daarom werd het spoedeisend belang niet aannemelijk geacht en werd de vordering afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De geldvordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.