ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4515
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klachtplicht koper bij gebrek aan erfdienstbaarheid niet tijdig nageleefd
In deze zaak kochten appellanten in 2006 een woning met een bijgebouw dat niet via de openbare weg bereikbaar was. Appellanten stelden dat zij een recht van overpad hadden om het bijgebouw te bereiken, wat essentieel was voor hun koopbeslissing. Na levering bleek dat deze erfdienstbaarheid niet bestond, wat zij als een verborgen gebrek aanmerkten.
Appellanten richtten hun klachten aanvankelijk aan de makelaar van de verkopers, die aangaf namens de verkopers te reageren en een onderzoek naar de erfdienstbaarheid te laten uitvoeren. Uit het onderzoek bleek dat het recht van overpad niet bestond. Appellanten stuurden vervolgens per e-mail en aangetekende brief klachten aan de makelaar, maar bereikten de verkopers pas bijna een jaar later officieel met hun klacht.
De rechtbank wees de vordering van appellanten af omdat zij niet binnen bekwame tijd (zoals vereist in art. 7:23 lid 1 BW Pro) de klacht aan de verkopers hadden gemeld. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat de klacht niet tijdig aan de verkopers was gericht, mede omdat de makelaar vanaf het moment van levering niet meer als vertegenwoordiger van de verkopers kon worden gezien. Het hof verwierp ook de grieven van appellanten over de timing van de kennisgeving en het schadeonderzoek.
Daarmee bleef het vonnis van de rechtbank in stand en werden appellanten veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van appellanten tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens niet tijdige klachtmelding aan de verkopers.