ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0622
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Jonkman
- J.D.S.L. Bosch
- R. Feunekes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijf minderjarigen bij moeder en vaststelling omgangsregeling
Het geschil betreft de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen na echtscheiding van hun ouders. De rechtbank had het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld en een omgangsregeling voor de vader bepaald. De vader stelde hoger beroep in met het verzoek het hoofdverblijf naar hem te verplaatsen. De moeder stelde incidenteel beroep in tegen de omgangsregeling.
Het hof overwoog dat wijziging van het hoofdverblijf slechts aan de orde is bij zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen het verblijf bij de huidige ouder. De vader kon geen onderbouwde aanwijzingen geven dat de moeder ernstig tekortschiet in verzorging en opvoeding. Diverse instanties, waaronder het AMK, BJZ en Lentis, hadden geen zorgen gemeld.
Het hof nam ook de onstabiele en gevaarlijke situatie bij de vader in aanmerking, waar de kinderen van de partner in pleeggezinnen waren geplaatst. De woonplaats van de moeder was inmiddels een vertrouwde en stabiele omgeving voor de kinderen. Daarom werd het verzoek van de vader afgewezen en het hoofdverblijf bij de moeder bevestigd.
Ten aanzien van de omgangsregeling was er een mediationovereenkomst tussen partijen. Het hof stelde deze regeling vast en vernietigde het eerdere deel van de beschikking dat de omgangsregeling bepaalde. De beschikking werd verder bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen blijft bij de moeder en de omgangsregeling wordt vastgesteld conform mediationovereenkomst.