ECLI:NL:GHLEE:2010:BP1108
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis afwijzing vordering wegens schending klachtplicht bij makelaarsadvies
Appellant had een boerderij gekocht via het makelaarskantoor en stelde dat het kantoor hem onjuist had geadviseerd over de mogelijkheden tot bestemmingswijziging voor het bouwen van meerdere woningen, waardoor hij schade zou hebben geleden. Na een voorlopig getuigenverhoor in 2002 en verkoop van de onroerende zaak in 2003, stelde appellant pas in juli 2004, meer dan anderhalf jaar later, het makelaarskantoor aansprakelijk. De rechtbank wees de vordering af.
In hoger beroep stelde appellant nieuwe grieven en overwoog het hof dat deze laat en in strijd met de goede procesorde waren ingediend. Het hof oordeelde dat appellant al eind 2002 bekend was met de feiten die de aansprakelijkheid van het makelaarskantoor zouden kunnen rechtvaardigen. Het indienen van de klacht in juli 2004 was daarom niet binnen bekwame tijd, waardoor de klachtplicht volgens artikel 6:89 BW Pro was geschonden.
Het hof bevestigde dat de klachtplicht strikt moet worden nageleefd en dat appellant geen geldige reden had gegeven voor de vertraging. Hierdoor kon appellant geen aanspraak meer maken op schadevergoeding van het makelaarskantoor. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van appellant wordt afgewezen wegens niet tijdig klagen binnen bekwame tijd volgens artikel 6:89 BW.