ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0826
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- H. de Hek
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boedelschuld huurpenningen bij faillissement en schuldsanering
In deze zaak staat centraal of de huurpenningen die [gefailleerde] verschuldigd is aan [verhuurder] en later aan Troostwijk, een boedelschuld vormen in het faillissement van [gefailleerde]. [gefailleerde] exploiteerde een keukenzaak en huurde bedrijfspanden, maar staakte de bedrijfsvoering in juni 2006. Tijdens de schuldsaneringsregeling werd de huur niet betaald en ontstond discussie over de aard van de huurvorderingen.
De bewindvoerder stelde dat de huurpenningen geen boedelschuld zijn, omdat er geen voortzetting van het bedrijf was en de boedel niet gebaat was bij de huurovereenkomst. Troostwijk voerde aan dat door onderverhuur sprake was van voortzetting en dat de huurpenningen daarom boedelschulden zijn. Het hof overweegt dat de onderhuur primair diende ter voorkoming van schade aan roerende zaken en niet als voortzetting van het bedrijf kan worden gezien.
Het hof stelt vast dat de huurpenningen vanaf 17 augustus 2006 geen boedelschuld zijn en dat deze vordering niet voor verrekening met de boedel in aanmerking komt. Wel wordt erkend dat de huurpenningen over de periode van 4 juli tot en met 16 augustus 2006 wel boedelschulden zijn en dat verrekening van dat bedrag terecht is toegepast. De vordering van Troostwijk wordt grotendeels afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de curator, vermeerderd met wettelijke rente.
Het arrest bevestigt dat huurpenningen tijdens een schuldsaneringsregeling en faillissement niet automatisch boedelschulden zijn, tenzij sprake is van voortzetting van het bedrijf of andere wettelijke gronden. De procedurekosten worden verdeeld, waarbij Troostwijk in het principaal appel wordt veroordeeld en in het incidenteel appel de kosten worden gedragen door beide partijen.
Uitkomst: De vordering van Troostwijk wordt grotendeels afgewezen en de curator krijgt gedeeltelijk gelijk met toewijzing van een bedrag vermeerderd met rente.