ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1320
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- H.J.M. Boukema
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over pensioenverevening en werking schuldsaneringsregeling op pensioenrechten na echtscheiding
Partijen zijn in 1965 gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen en gescheiden in 1992 zonder pensioenverdeling. Appellant bereikte in 2006 de pensioengerechtigde leeftijd en was sinds 2004 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, die in 2008 eindigde met niet-afdwingbare vorderingen.
Geïntimeerde vordert pensioenverevening, terwijl appellant stelt dat de schuldsaneringsregeling ook voor deze vordering geldt. De rechtbank oordeelde dat de pensioenvordering voorwaardelijk was en pas bij opeisbaarheid ontstond, maar het hof volgt de vaste jurisprudentie dat de aanspraak op pensioenverevening bij inschrijving echtscheidingsvonnis ontstaat en verifieerbaar is.
Het hof stelt dat de pensioenvordering onder artikel 299 lid 1 Faillissementswet Pro valt en alleen door verificatie kan worden ingesteld. Omdat de vordering niet is aangemeld, is deze niet afdwingbaar. Het hoger beroep van appellant tegen het tussenvonnis is niet-ontvankelijk, het eindvonnis wordt vernietigd en de pensioenvorderingen worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst de pensioenvorderingen af omdat deze onder de schuldsaneringsregeling vallen en niet ter verificatie zijn ingediend.