ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1631
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.J. Deuring
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- F.R. Vermeer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken significante bijdrage aan openlijke geweldpleging
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor openlijke geweldpleging in een jeugdsoos, waarbij geweld werd gepleegd tegen personen en goederen. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uit het dossier, waaronder getuigenverklaringen en aangiften, bleek niet dat verdachte een significante en wezenlijke bijdrage had geleverd aan het gepleegde geweld. Zijn aanwezigheid en luidruchtigheid waren onvoldoende om hem als mededader aan te merken.
Het hof baseerde zich op jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat voor het plegen van geweld in vereniging een voldoende significante bijdrage vereist is, die niet per se gewelddadig hoeft te zijn. Gezien het ontbreken van bewijs sprak het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
De advocaat-generaal had een werkstraf geëist, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter het arrest niet mede ondertekende wegens afwezigheid.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor een significante bijdrage aan het geweld.