ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2945
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- K.E. Mollema
- J.H. Kuiper
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen en uitvoerbaarheid bij voorraad
In deze zaak staat een executiegeschil centraal betreffende de hoofdverblijfplaats van vier minderjarige kinderen na de echtscheiding van hun ouders. De rechtbank Assen had bij beschikking het hoofdverblijf bij de moeder bepaald en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, ondanks tegenstrijdige adviezen van Bureau Jeugdhulp en de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader stelde dat de beschikking berustte op een kennelijke feitelijke misslag, omdat de kinderen pas kort voor de uitspraak voor het eerst in de nieuwe woning van de moeder waren geweest en die omgeving dus niet vertrouwd was. De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen schorste daarop de uitvoerbaarheid bij voorraad.
Het hof bevestigt deze schorsing en oordeelt dat de rechtbank Assen onjuist heeft gemotiveerd dat de kinderen terugkeren naar een vertrouwde omgeving, terwijl dit feitelijk niet het geval was. Het hof benadrukt dat een executiegeschil niet bedoeld is als verkapt hoger beroep en dat de schorsing terecht is omdat de belangen van de kinderen en partijen dat vereisen.
De grieven van de moeder worden afgewezen en het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking over het hoofdverblijf van de kinderen.