ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5282
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- B.J.J. Melssen
- R.Ch. Verschuur
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid executeur en ontvankelijkheid vereffenaar in nalatenschapsprocedure
Deze zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van de vereffenaar in een procedure die oorspronkelijk door de executeur van de nalatenschap was gestart. De executeur was op het moment van dagvaarding niet meer bevoegd, omdat de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hadden aanvaard en de taak van de executeur was geëindigd. De vereffenaar had de procedure overgenomen, maar het hof oordeelt dat deze overname de onbevoegdheid van de executeur niet kan herstellen.
In eerste aanleg had de rechtbank de vereffenaar wel ontvankelijk verklaard, maar het hof vernietigt dit oordeel. Tevens verklaart het hof de vorderingen van de vereffenaar niet-ontvankelijk en handhaaft het de opheffing van de beslagen die door de executeur waren gelegd. De grieven van appellante worden niet behandeld omdat de niet-ontvankelijkheid doorslaggevend is.
Het hof veroordeelt de vereffenaar en appellante in de proceskosten van beide instanties, waarbij de kosten aan de zijde van appellante worden gespecificeerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door de derde kamer voor burgerlijke zaken van het Gerechtshof Leeuwarden op 10 mei 2011.
Uitkomst: De vereffenaar en appellante worden niet-ontvankelijk verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.