ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7363
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.W. Zandbergen
- W. Breemhaar
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Verjaring van bankvordering ondanks erkenning schuld in betalingsvoorstel
Op 29 mei 1996 verstrekte de bank een doorlopend krediet aan appellant met een maximum van fl. 70.000,-. De bank vorderde betaling van openstaande bedragen, maar appellant stelde een betalingsvoorstel op 23 mei 2001, waarmee hij de schuld erkende. De rechtbank wees de vordering van de bank toe, maar het hof oordeelt dat de verjaring met de brief van 23 mei 2001 is gestuit.
De bank voerde aan dat latere sommaties in 2002 en 2007 de verjaring ook hadden gestuit, maar het hof acht dit niet aannemelijk en concludeert dat de vordering sinds 2002 is verjaard. De bank kon geen bewijs leveren dat appellant de sommaties in 2002 heeft ontvangen.
Het hof vernietigt het vonnis in verzet en het verstekvonnis en wijst de vordering van de bank af wegens verjaring. De bank wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering van de bank wordt afgewezen wegens verjaring ondanks erkenning van schuld in betalingsvoorstel.