ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7396
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst vordering tot nakoming omgangsregeling af en benadrukt sportbeoefening kinderen
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen met hoofdverblijf bij de vrouw. In een convenant is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de kinderen eens in de veertien dagen in de oneven weekenden bij de man verblijven. De vrouw bracht een kind niet naar de man in een weekend vanwege een volleybalwedstrijd.
De man vorderde daarop nakoming van de omgangsregeling met dwangsom, terwijl de vrouw verweer voerde en een gewijzigde regeling voorstelde. De voorzieningenrechter wees de vordering van de man toe en wees die van de vrouw af.
In hoger beroep stelde de vrouw dat de omgangsregeling zo moet worden uitgelegd dat de kinderen tijdens de omgangsweekenden hun sporten kunnen beoefenen. Het hof oordeelde dat sport een belangrijk onderdeel is van het welzijn van de kinderen en dat de man dit in redelijkheid moet accepteren, ook als de kinderen daardoor niet voortdurend bij hem thuis zijn.
Het hof vond het opleggen van een dwangsom disproportioneel omdat het incident eenmalig was en er geen sprake was van onwil bij de vrouw. De vordering van de man werd daarom alsnog afgewezen en de kosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de vordering van de man tot nakoming van de omgangsregeling af en benadrukt het belang van sportbeoefening van de kinderen tijdens omgangsweekenden.