ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8164

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200 086 962-01
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287, vierde lid, Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen verkoop inbeslaggenomen personenauto toegewezen

Appellanten verzochten de rechtbank Leeuwarden om de openbare verkoop van hun inbeslaggenomen personenauto te schorsen totdat op hun schuldsaneringsverzoek was beslist. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellanten niet hadden gesteld dat de auto noodzakelijk was voor woon-werkverkeer en het belang van de gemeente zwaarder woog.

In hoger beroep oordeelde het hof dat het een spoedeisende zaak betrof. Ter zitting verklaarde appellante 2 dat zij de auto nodig had voor het brengen van haar kinderen naar kinderopvang bij haar schoonouders, wat goedkoper en flexibeler was dan professionele opvang. Tevens stelde zij dat zij haar baan zou kunnen verliezen zonder auto vanwege onvoldoende tijdige aanwezigheid op het werk.

Het hof stelde vast dat de handelswaarde van de auto gering was en dat bij executoriale verkoop een aanzienlijk deel van de vordering van de gemeente onbetaald zou blijven. Het hof vond daarom het belang van appellanten zwaarder wegen dan dat van de gemeente en vernietigde de eerdere beschikking. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor de gemeente de auto niet mag verkopen totdat de rechtbank over het schuldsaneringsverzoek heeft beslist.

Uitkomst: Het hof wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt de gemeente de auto te verkopen totdat de rechtbank over het schuldsaneringsverzoek heeft beslist.

Uitspraak

Beschikking d.d. 1 juni 2011
Zaaknummer 200.086.962
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
1. [appellant 1],
hierna te noemen: [appellant 1],
2. [appellante 2],
hierna te noemen: [appellante 2],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],
advocaat: mr. R.G. Riemersma, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
Gemeente Boarnsterhim,
gevestigd te Grouw,
hierna te noemen: de gemeente.
Het geding in eerste aanleg
Bij verzoekschrift van 21 april 2011 hebben [appellanten] aan de rechtbank Leeuwarden verzocht om de openbare verkoop van de in beslag genomen roerende zaak - een personenauto - van [appellanten], aangezegd door Cannock Chase Public namens de gemeente Boarnsterhim tegen 29 april 2011, te schorsen totdat de rechtbank heeft beslist op het schuldsaneringsverzoek. Bij beschikking van 29 april 2011 heeft de rechtbank het verzoek van
[appellanten] tot het verlenen van voormelde voorlopige voorziening bij voorraad als bedoeld in artikel 287, vierde lid, van de Faillissementswet (hierna: Fw), afgewezen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 10 mei 2011, [appellanten] verzocht voornoemde beschikking te vernietigen en de gevraagde voorziening alsnog toe te wijzen.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.
Ter zitting van 25 mei 2011 is de zaak behandeld. Verschenen is [appellante 2], bijgestaan door haar advocaat. Tevens is verschenen [appellant 1] van [bedrijfsnaam]. [bedrijfsnaam] heeft namens [appellante 2] en [appellant 1] het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. [appellant 1] is - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschenen. Namens de gemeente is - hoewel behoorlijk opgeroepen - niemand verschenen.
De beoordeling
Inleiding
1. De rechtbank heeft het verzoek van [appellanten] tot het verlenen van de verzochte voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Fw, afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde voorziening spoedeisend is. De rechtbank overweegt dat [appellanten] niet gesteld hebben dat het behoud van de tweede auto noodzakelijk is voor het woon-werkverkeer en dus het behoud van de baan van [appellante 2]. Naar het oordeel van de rechtbank dient het belang van de gemeente die gebruik maakt van haar recht om de personenauto te executeren, in deze dan ook zwaarder te wegen dan de belangen van [appellanten]
Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal de rechtbank bij afzonderlijk vonnis beslissen.
2. [appellanten] kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en zijn hiertegen in hoger beroep gekomen.
Het oordeel
3. Op grond van artikel 287, vierde lid, Fw kan in spoedeisende zaken, gelet op de belangen van partijen, een voorlopige voorziening bij voorraad worden gegeven.
4. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het in het onderhavige geval een spoedeisende zaak betreft.
5. Met betrekking tot de belangen van [appellanten] en die van de gemeente is het volgende uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep gebleken. De auto heeft een handelswaarde van ongeveer € 300,--. [appellante 2] heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat zij de auto nodig heeft om haar kinderen naar haar schoonouders in [woonplaats] te brengen als zij zelf moet werken. In vergelijking met professionele kinderopvang is deze oplossing aanzienlijk goedkoper en bovendien meer flexibel. Voorts heeft [appellante 2] verklaard dat zij voor haar werk flexibel inzetbaar moet zijn. Daarnaast heeft [appellante 2] gesteld dat zij haar baan dreigt kwijt te raken wanneer zij geen auto meer heeft, omdat zij dan niet meer, althans niet tijdig op haar werk kan verschijnen.
6. Gelet op de zeer geringe handelswaarde van de auto stelt het hof vast dat wanneer de auto executoriaal zal worden verkocht, van de vordering van de gemeente van € 945,15 een aanzienlijk bedrag alsnog onbetaald zal blijven. Gelet hierop is het hof anders dan de rechtbank van oordeel dat het belang van [appellant 1] en [appellante 2], bij flexibele opvang voor de kinderen en goede inzetbaarheid voor het werk, zwaarder dient te wegen dan het belang van de gemeente bij verkoop van de auto. De gemeente heeft geen gebruik gemaakt van haar mogelijkheid om ter zitting haar belang bij afwijzing verder te onderbouwen en toe te lichten.
Slotsom
7. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep;
en opnieuw beslissende:
wijst toe het verzoek tot schorsing van de openbare verkoop door de gemeente van de in beslag genomen roerende zaak - een personenauto - van [appellanten], totdat de rechtbank heeft beslist op het schuldsaneringsverzoek.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, voorzitter, I. Tubben en E.F. Groot, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 1 juni 2011 in bijzijn van de griffier.