ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9750
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband retentierecht accountant
In deze zaak vordert appellant schadevergoeding van zijn accountant vanwege het vermeende onzorgvuldig uitoefenen van het retentierecht op jaarstukken en administratieve bewerkingen. Hoewel de tuchtrechter het beroep op het retentierecht door de accountant als onzorgvuldig heeft beoordeeld en een berisping heeft opgelegd, oordeelt het hof dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat er een causaal verband bestaat tussen het retentierecht en de door hem geleden schade.
De feiten betreffen onder meer financieringsproblemen van appellant vanaf juni 2002, het retentierecht dat de accountant in januari 2003 uitoefende, en de weigering van de Rabobank om krediet te verlengen vanwege het ontbreken van definitieve jaarstukken. Het hof stelt vast dat het overbruggingskrediet al eindigde voordat het retentierecht werd uitgeoefend en dat de Rabobank ook jaarstukken van 2002 verlangde, waardoor het ontbreken van de jaarstukken 2001 niet de enige reden was voor het niet honoreren van de kredietaanvraag.
De rechtbank had de vordering van appellant tot schadevergoeding afgewezen en het hof bekrachtigt dit vonnis. Het hof wijst ook nieuwe grieven van appellant af als te laat ingediend en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onzorgvuldig uitoefenen van het retentierecht wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.