ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2199
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.T. Wemes
- G. Dam
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel na faillissement verdachte
Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die in staat van faillissement was verklaard. De zaak betrof medeplegen van effectenfraude, oplichting en witwassen, waarbij sprake was van miljoenen euro's aan inleg en rendementsuitkeringen.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens het faillissement van de verdachte, op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro. Het hof verwierp dit en oordeelde dat de ontnemingsprocedure voortgezet kon worden, omdat deze zich leent voor indiening ter verificatie in het faillissement.
Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €3.441.386, waarvan een vermindering van €5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn werd toegepast. Een eerder in België verbeurd verklaard bedrag werd niet in mindering gebracht, omdat dit de rechten van derden niet aantast. De betalingsverplichting aan de Staat werd vastgesteld op €3.436.386.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Groningen en deed opnieuw recht, waarbij het arrest werd gewezen door drie raadsheren, waarvan één niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Het hof stelt het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €3.436.386 en vernietigt het vonnis van de rechtbank.