ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2900
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P. van der Wal
- E. Polak
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep vennootschapsbelasting na termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard in haar beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2003. De Inspecteur had de aanslag gehandhaafd na bezwaar, waarna de Rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Het Hof stelde vast dat de uitspraak op bezwaar rechtsgeldig aan de gemachtigde van belanghebbende was verzonden, conform artikel 6:17 Awb Pro. Belanghebbende voerde aan dat de Inspecteur ook aan haarzelf had moeten sturen of contact met haar had moeten zoeken, gezien het financiële belang en eerdere communicatie, maar het Hof oordeelde dat de Inspecteur mocht volstaan met de gemachtigde.
De beroepstermijn van zes weken begon op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar en was verstreken voordat het beroepschrift werd ontvangen. Het beroep was daarom niet-ontvankelijk. Het Hof zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en bevestigde het vonnis van de Rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep van belanghebbende is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.