ECLI:NL:GHLEE:2011:BR4061
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-toelating schuldsaneringsregeling wegens onverantwoord ondernemerschap en ontbreken minnelijk traject
Appellant heeft bij de rechtbank Groningen verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), maar dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden. Appellant ging door met zijn onderneming ondanks aanzienlijke (belasting)schulden en had zijn onderneming pas recentelijk uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel.
In hoger beroep heeft het hof Leeuwarden het vonnis van de rechtbank bevestigd en verklaard appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Het hof oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn schuld aan de Belastingdienst te goeder trouw was ontstaan, mede omdat hij vermoedelijk jarenlang te weinig omzet had opgegeven en onverantwoord ondernemerschap had getoond door zijn niet-draagkrachtige clientèle op rekening te laten consumeren.
Daarnaast stelde appellant dat er geen minnelijk traject was gestart vanwege een lopende faillissementsaanvraag. Het hof vond deze verklaring onvoldoende gemotiveerd en benadrukte dat appellant eerst de mogelijkheden tot een buitengerechtelijke schuldregeling had moeten onderzoeken. Ook was zijn onderneming nog niet beëindigd en had hij nog aanzienlijke vorderingen, waardoor een minnelijk traject mogelijk was.
Daarom werd het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen en verklaard niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 28 juli 2011 door het hof Leeuwarden.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.