ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5108
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens te late deponering jaarstukken en matiging aansprakelijkheid
In deze zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid centraal wegens de te late deponering van de jaarstukken van een failliete vennootschap. Het hof heeft vastgesteld dat de ondertekende jaarrekening pas op 23 maart 2005 of kort daarvoor is ingediend bij de Kamer van Koophandel, terwijl dit volgens de bestuurders al op 19 november 2004 zou zijn gebeurd. De bestuurders slaagden er niet in dit tegenbewijs overtuigend te leveren.
Ter zitting zijn vier getuigen gehoord, waaronder de bestuurder zelf en medewerkers die betrokken waren bij de indiening van de stukken. Hun verklaringen vertonen onderlinge verschillen en missen het cruciale ontvangstbewijs van de Kamer van Koophandel, wat het tegenbewijs onvoldoende maakt. De Kamer van Koophandel bevestigde dat de jaarrekening pas in maart 2005 is ontvangen.
Het hof concludeert dat de termijn voor deponering van de jaarstukken met bijna twee maanden is overschreden, wat een belangrijk verzuim is en een vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur oplevert. Dit vermoeden is reeds in een eerder tussenarrest niet weerlegd. De aansprakelijkheid van de bestuurders wordt voorlopig vastgesteld op 80% van het boedeltekort, maar over de omvang van het tekort en de mate van aansprakelijkheid zal het hof een comparitie gelasten om standpunten te horen en een mogelijke schikking te beproeven.
De zaak wordt aangehouden en partijen worden uitgenodigd voor een comparitie onder leiding van een raadsheer-commissaris, waarbij ook de omvang van het tekort en verdere aansprakelijkheidskwesties aan de orde komen. Voorlopig worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Bestuurdersaansprakelijkheid wegens te late deponering jaarstukken wordt aangenomen, met voorlopige aansprakelijkheid voor 80% van het boedeltekort en aanhouding voor comparitie over verdere aansprakelijkheid en tekort.