ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5588
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.J. Knijp
- E.J. van Sandick
- E.D. Wiersma
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid bij overdracht onderneming met negatief eigen vermogen en faillissement
In deze civiele procedure staat de bestuurdersaansprakelijkheid centraal na de overdracht van een onderneming van een eenmanszaak naar een B.V. waarbij de onderneming een negatief eigen vermogen had. De curator van het faillissement vordert betaling van het faillissementstekort van de bestuurder op grond van artikel 2:248 lid 1 BW Pro en subsidiair onrechtmatige daad.
Het hof baseert zich op een deskundigenrapport dat vaststelt dat de openingsbalans geen getrouw beeld gaf van het vennootschapsvermogen en dat het negatieve eigen vermogen een belangrijke oorzaak van het faillissement was. De bestuurder wist of kon weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen, wat kennelijk onbehoorlijk bestuur oplevert.
De vordering van de curator wordt grotendeels toegewezen tegen de bestuurder, met een bedrag van ruim €555.000,- plus wettelijke rente. De aansprakelijkheid van de tweede appellant wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt eveneens erkend voor een bedrag van circa €4.667,-. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de gezamenlijke aansprakelijkheid betreft en wijst de vordering tegen de tweede appellant af voor zover deze niet op ongerechtvaardigde verrijking berust.
De kosten van het hoger beroep, inclusief de deskundigenkosten, worden aan appellanten opgelegd. Het arrest bevestigt dat een onjuiste openingsbalans en het bewustzijn van betalingsonmacht voldoende grond zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid onder artikel 2:248 BW Pro.
Uitkomst: De bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort van ruim €555.000,- plus wettelijke rente en samen met de tweede appellant tot betaling van €4.667,- wegens ongerechtvaardigde verrijking.