ECLI:NL:GHLEE:2011:BR6235
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging jachthuurovereenkomst en toewijzing beperkte schadevergoeding na bewijsbetaling huur
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de jachthuurovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde was ontbonden wegens wanbetaling van de jachthuur. Appellant stelde dat hij de huur jaarlijks had betaald, terwijl geïntimeerde betwistte dat en ontbinding vorderde.
Het hof oordeelde dat appellant als partijgetuige zijn verklaring slechts kon laten meetellen indien deze werd ondersteund door aanvullend bewijs. Dit aanvullende bewijs werd geleverd door een getuige en een aangetekende brief, die samen de betaling van de jachthuur tot 2006 bevestigden. De brief was door geïntimeerde geweigerd en nooit geopend, maar het proces-verbaal toonde de inhoud.
Gezien het slagen van de bewijsopdracht verwierp het hof het verweer van geïntimeerde dat de overeenkomst was ontbonden wegens wanbetaling. De overeenkomst bleef dus in stand. Het hof kende appellant een schadevergoeding toe van €4,50 met wettelijke rente vanaf 7 juli 2009. Verder werden de proceskosten verdeeld waarbij appellant in het principaal appel werd veroordeeld in de kosten en geïntimeerde gedeeltelijk in het incidenteel appel. De kosten van eerste aanleg werden gecompenseerd.
Uitkomst: De jachthuurovereenkomst blijft in stand en appellant krijgt een schadevergoeding van €4,50 toegewezen.