ECLI:NL:GHLEE:2011:BT5869
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.M. Rowel - van der Linde
- M.E.L. Fikkers
- H. de Hek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering wegens niet-betaald loon en arbeidsomvang
De werknemer trad in 2004 in dienst als schoonmaker en werkte vanaf 2006 bij de zoon van de oorspronkelijke werkgever. De arbeidsovereenkomst vermeldde een arbeidsomvang van minimaal 0 tot maximaal 38 uur per week. Vanaf oktober 2008 stopte de werkgever met het betalen van loon. De werknemer meldde zich ziek in december 2008 en het UWV weigerde aanvankelijk een uitkering omdat de werknemer loonaanspraken had op de werkgever.
In eerste aanleg vorderde de werknemer doorbetaling van loon over 38 uur per week vanaf oktober 2008, wat door de kantonrechter werd toegewezen met een beperking van de wettelijke verhoging. De werkgever stelde in hoger beroep dat de werknemer in werkelijkheid slechts 24 uur werkte en dat de loonbetalingen voor 38 uur alleen waren opgevoerd voor hypotheekdoeleinden.
Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd om het rechtsvermoeden van een 38-urige werkweek te weerleggen. Ook betwistte het hof de stelling dat de werknemer niet arbeidsongeschikt zou zijn. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werkgever in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.