ECLI:NL:GHLEE:2011:BT6598
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag verkoopster na sluiting damesmodezaak
De verkoopster was sinds 1987 in dienst van een eenmanszaak die een damesmodezaak exploiteerde. Na besluit tot sluiting van de damesmodeafdeling en ontslag met toestemming van het UWV, startte de verkoopster een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter kende haar een schadevergoeding toe.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de B.V. waarin de eenmanszaak was ingebracht geen opvolgend werkgever was en verklaarde deze niet ontvankelijk. Het hof bevestigde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, omdat de werkgever onvoldoende flankerend beleid voerde, ondanks de legitieme reden voor ontslag. De verkoopster had geen reële kansen op ander passend werk en ontving een WW-uitkering.
De kantonrechter had een hogere schadevergoeding toegekend, maar het hof beperkte deze tot €4.000 bruto, passend bij een compensatie voor inkomensverlies en outplacementbegeleiding. Het hof veroordeelde de werkgever tot betaling van de proceskosten in hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bevestigt het kennelijk onredelijk ontslag en beperkt de schadevergoeding tot €4.000 bruto.