ECLI:NL:GHLEE:2011:BT8707
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- E. Polak
- J. Huiskes
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling overdrachtsbelasting bij kavelruil met onvoldoende inbrengende partijen
Belanghebbende voerde beroep in hoger beroep tegen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en heffingsrente opgelegd door de Inspecteur. De kern van het geschil betrof de vraag of de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 lid 1 onderdeel Pro l van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet Brv) van toepassing was op de verkrijging van onroerende zaken via een kavelruil.
De kavelruil vond plaats op 28 juni 2001 en betrof meerdere percelen die door verschillende partijen werden ingebracht en toegedeeld. De Inspecteur stelde dat niet voldaan was aan de vereiste van ten minste drie inbrengende partijen zoals voorgeschreven in de Landinrichtingswet (Liw), omdat één overdracht een bedrijfsoverdracht betrof en niet als ruiling kon worden aangemerkt. Hierdoor was volgens de Inspecteur geen sprake van een geldige kavelruil voor de vrijstelling.
Het Hof volgde de Inspecteur en oordeelde dat de overdracht van het bedrijf niet als inbreng in de kavelruil kon worden beschouwd, waardoor slechts twee partijen inbrachten en de vrijstelling niet van toepassing was. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. De berekening van de heffingsrente werd eveneens als correct beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing is bij een kavelruil met slechts twee inbrengende partijen en verklaart het hoger beroep ongegrond.