ECLI:NL:GHLEE:2011:BU2902
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bijdrage in kosten verzorging en opvoeding minderjarige kinderen na echtscheiding
In deze zaak staat de bijdrage van de vader aan de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen centraal na beëindiging van de relatie tussen partijen in augustus 2007. De rechtbank had eerder een bijdrage vastgesteld die de vrouw niet toereikend vond en stelde het hoger beroep in. Het hof beoordeelde de behoefte van de kinderen aan de hand van het netto besteedbaar inkomen van partijen in 2007 en stelde deze vast op €272,50 per kind per maand.
De draagkracht van de vader werd berekend op basis van zijn werkelijke inkomen, inclusief perioden met WW-uitkering, en rekening houdend met zijn woonlasten, omgangskosten en aflossing van schulden. Het hof nam voor het eerst de helft van de woonlasten mee vanwege samenwoning met een nieuwe partner en rekende ook de helft van de reiskosten voor het halen en brengen van de kinderen mee in de draagkrachtberekening, omdat de vader dit volledig op zich neemt.
De draagkracht van de moeder werd eveneens berekend op basis van haar jaaropgaven, waarbij zij als alleenstaande werd aangemerkt ondanks samenwoning met een partner. Het hof concludeerde dat de vader vanaf 1 januari 2010 een bijdrage van €9 per kind per maand kan betalen en vanaf 1 juli 2010 €150,50 per kind per maand. De moeder had vanaf februari 2011 geen draagkracht meer. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof stelde de nieuwe bijdragen vast, die bij vooruitbetaling aan de moeder dienen te worden voldaan.
Uitkomst: De vader moet vanaf 1 januari 2010 €9 per kind per maand en vanaf 1 juli 2010 €150,50 per kind per maand bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.