ECLI:NL:GHLEE:2011:BU3639

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.085.562/01
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming moeder voor verhuizing met minderjarige kinderen naar andere woonplaats

Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het gezag over hun minderjarige kinderen. De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar een andere woonplaats, wat door de rechtbank werd afgewezen. De moeder ging in hoger beroep en stelde dat de verhuizing geen nadelige gevolgen voor de kinderen zou hebben en dat zij in de nieuwe woonplaats betere kansen had op werk en een stabieler gezinsleven.

De vader betoogde dat de verhuizing nadelig zou zijn voor de kinderen vanwege het verlies van contact met familie en vrienden en dat het de omgang met hem zou belemmeren. Het hof heeft alle omstandigheden afgewogen en geoordeeld dat de belangen van de kinderen voorop staan, maar dat in dit geval geen onaanvaardbare nadelige gevolgen zijn vastgesteld.

Het hof stelde vast dat de moeder zich heeft ingezet om de communicatie met de vader te verbeteren, maar dat therapie niet is opgestart omdat de vader niet meewerkte. De afstand tussen de woonplaatsen vormt geen belemmering voor toekomstige omgang of therapie. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en verleende de moeder toestemming om met de kinderen te verhuizen en hen op een andere school te plaatsen.

Uitkomst: Het hof verleent de moeder vervangende toestemming om met de kinderen naar een andere woonplaats te verhuizen en hen daar op een andere school te plaatsen.

Uitspraak

Beschikking d.d. 27 oktober 2011
Zaaknummer 200.085.562
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. W.A. Veenstra, kantoorhoudende te Joure,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. F.P. van Dalen, kantoorhoudende te Leeuwarden.
Het geding in eerste aanleg
Bij beschikking van 2 maart 2011, onder zaaknummer 104443/FA RK 10-827, heeft de rechtbank Leeuwarden het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen [kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren op [geboortedatum] te [plaats 1], en [kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren op [geboortedatum] te [plaats 1], te mogen verhuizen naar [plaats 2], afgewezen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 14 april 2011, heeft de moeder verzocht de beschikking van 2 maart 2011 te vernietigen en opnieuw beslissende haar alsnog vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te mogen verhuizen naar [plaats 2] en tevens de kinderen daar op een andere school te mogen plaatsen dan wel zodanig te beslissen als het hof zal vermenen te behoren.
Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 26 mei 2011, heeft de vader het verzoek bestreden en verzocht het verzoek af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen; kosten rechtens .
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 15 april 2011 met bijlagen van mr. Veenstra, een fax van 22 september 2011 van mr. van Dalen en een fax van 22 september 2011 van mr. Veenstra.
Op 5 oktober 2011 is de minderjarige [kind 1] voorafgaand aan de mondelinge behandeling gehoord door een raadsheer-commissaris.
Ter zitting van 5 oktober 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de moeder, mr. Veenstra en mr. Van Daalen.
De beoordeling
De vaststaande feiten
1. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dat huwelijk zijn de minderjarigen [kind 1] en [kind 2] geboren. Het huwelijk tussen partijen is op 4 mei 2009 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 22 april 2009 in de registers van de burgerlijke stand.
2. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen. Bij beschikking van de rechtbank van 4 november 2009, verbeterd bij beschikking van 30 december 2009, is bepaald dat de kinderen het hoofdverblijf bij de moeder hebben. Tevens is een omgangsregeling, thans ook wel zorgregeling genoemd, vastgesteld tussen de vader en de kinderen conform het aan de beschikking gehechte overzicht.
3. De moeder heeft zich op 5 mei 2010 gewend tot de rechtbank met het verzoek om voornoemde beschikking zodanig te wijzigen dat de vader het recht op omgang met zijn minderjarige kinderen wordt ontzegd, dan wel een zodanige omgangsregeling vast te stellen waarbij de kinderen één weekend per veertien dagen bij de vader verblijven tijdens het verblijf van de vader in Nederland. De vader heeft zich hiertegen verweerd en tevens een zelfstandig verzoek ingediend met betrekking tot de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
4. Op 2 juli 2010 heeft de moeder zich tot de rechtbank gewend met het verzoek te bepalen dat zij gerechtigd is om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2]. De vader heeft zich hiertegen verweerd.
5. Ter gelegenheid van de zitting bij de rechtbank van 26 augustus 2010, waarbij beide zaken gevoegd zijn behandeld, zijn partijen overeengekomen een mediationtraject in te gaan. De rechtbank heeft daarop bij de beschikking van 29 september 2010 de zaak betreffende vervangende toestemming te verhuizen aangehouden en partijen verzocht haar te informeren over de resultaten van de mediation. De mediation is beëindigd zonder dat partijen erin zijn geslaagd een overeenstemming te bereiken.
6. Wat betreft de zorgregeling heeft de rechtbank de zaak (onder nummer 105678/FA RK 10-225) bij beschikking van 2 maart 2011 aangehouden in afwachting van de resultaten van de (systeem)therapie bij Fier Fryslân.
7. Het verzoek van de moeder tot het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing is door de rechtbank bij de beschikking van 2 maart 2011 onder zaaknummer 104443/FA RK 10-827 afgewezen. Tegen deze beschikking is het hoger beroep van de moeder gericht.
8. Partijen hebben twee intake-gesprekken gehad bij Fier Fryslân. Dit heeft niet geleid tot het opstarten van therapie.
standpunt van de moeder
9. De moeder stelt dat verhuizing naar [plaats 2] geen nadeel voor de kinderen oplevert. Zij hebben nu geen contact met de vader en willen dit ook niet. De vader toont zich niet betrokken op de kinderen en neemt geen initiatieven om te mailen of te bellen. Therapie bij Fier Fryslân is niet opgestart omdat de vader bij het tweede gesprek is weggelopen. De moeder wil in [plaats 2] gaan wonen omdat zij vier dagen per week vroeg van huis moet en laat thuis is in verband met het reizen naar en van haar werk in [plaats 2] en die tijd liever bij de kinderen is. Het is haar niet gelukt werk te vinden dichterbij [plaats 1]. In en rond [plaats 2] is er meer kans voor haar om werk te krijgen en een carrière op te bouwen en dus te kunnen voorzien in haar levensonderhoud. Mocht in de toekomst weer omgang opgebouwd gaan worden tussen de vader en de minderjarigen dan kan dit ook vanuit [plaats 2].
standpunt van de vader
10. De vader acht verhuizing nadelig voor de kinderen. Zij hebben hun familie en vrienden in [plaats 1] en zijn daar gewend. De reistijd is voor de moeder geen zwaarwegend belang. Bovendien kan zij werk zoeken en vinden dichtbij [plaats 1]. Verhuizing belemmert zijn omgang met de kinderen en levert het risico op dat helemaal geen contact meer zal plaatsvinden.
overwegingen van het hof
11. Bij de beoordeling moeten alle omstandigheden worden meegewogen. De belangen van de minderjarigen zijn daarbij een eerste overweging. Het hof is van oordeel dat, hoewel verhuizingen in het algemeen voor kinderen voor onrust zorgen, in dit geval niet is gebleken dat dit onaanvaardbaar nadelige gevolgen voor de kinderen zal hebben. De moeder heeft onweersproken gesteld dat het goed gaat met de kinderen. [kind 1] heeft dit bevestigd en aangegeven geen probleem te hebben met een verhuizing. Ook heeft hij aangegeven geen nadelen te zien op het gebied van contacten met familie, vrienden en zijn vader. Zijn vader ziet hij niet en hij wil ook geen contact met hem als gevolg van de naar zijn mening negatieve en ongeïnteresseerde houding van zijn vader jegens hem.
12. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat de verzorgende ouder onder medeneming van de kinderen de gelegenheid dient te krijgen om elders een nieuw leven op te bouwen en dat voorwaarde hiervoor is dat er goede afspraken zijn over de kinderen en de ouders op een constructieve wijze met elkaar kunnen communiceren, zodat de negatieve gevolgen van een verhuizing voor de kinderen beperkt kunnen blijven. Het hof is echter van oordeel dat inmiddels gebleken is dat de moeder zich voor zover mogelijk heeft ingezet om de communicatie te verbeteren. De moeder heeft aangevoerd dat de gezinstherapie niet is opgestart omdat de vader bij het tweede intake-gesprek bij Fier Fryslân is weggelopen. Deze stelling is onweersproken gebleven. Weliswaar was de vader zelf niet op de zitting aanwezig maar het had op zijn weg gelegen om zijn advocaat op de hoogte te stellen van het verloop en stopzetten van de contacten met Fier Fryslân. Immers, dit was essentieel voor het verbeteren van de communicatie tussen partijen en dus ook voor de beoordeling in deze procedure. Mogelijk ontbreekt bij de vader het zelfinzicht omtrent zijn gedrag naar de kinderen. Daarbij kan de genoemde gezinstherapie hem ondersteunen. Vanuit het belang van de kinderen is het dan ook te betreuren dat de therapie niet is opgestart. Dat verbetering van de communicatie en daarmee het maken van afspraken over omgang met de kinderen nu weer op zich laat wachten kan aan de moeder niet worden tegengeworpen. Bovendien is de afstand [plaats 2]-[plaats 1] mede gelet op de leeftijd van de kinderen, geen belemmering om alsnog voornoemde therapie te volgen en/of te zijner tijd de omgang weer op te starten.
13. Het hof komt tot de conclusie dat een verhuizing van de moeder niet zodanig nadelige gevolgen heeft voor de kinderen dat de belangen van de moeder om haar leven in [plaats 2] op te bouwen hiervoor moeten wijken. Of, zoals de vader stelt de moeder dichter bij [plaats 1] een baan kan vinden dan wel haar huidige reistijd niet belastend is, kan naar het oordeel van het hof onbesproken blijven nu dit niet afdoet aan eerder genoemd uitgangspunt dat de verzorgende ouder de vrijheid moet hebben elders een nieuw leven op te bouwen.
Slotsom
14. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd en het inleidend verzoek van de moeder te worden toegewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing waarvan beroep;
verleent de moeder vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 2] en tevens de kinderen daar op een andere school te plaatsen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, R. Feunekes en I.A. Vermeulen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2011 in bijzijn van de griffier.