ECLI:NL:GHLEE:2011:BU4694
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gevolgen vernietiging creditcardovereenkomst op grond van artikel 30 lid 5 WCK
In deze zaak stond de vraag centraal wat de gevolgen zijn van de vernietiging van een creditcardovereenkomst op grond van artikel 30 lid 5 van Pro de toen geldende Wet op het consumentenkrediet (WCK). ICS, de creditcarduitgever, had een vordering ingesteld tegen geïntimeerde en haar voormalige partner wegens openstaande schulden op de creditcards. De rechtbank had de vordering tegen geïntimeerde afgewezen vanwege de vernietiging van de overeenkomst, maar veroordeelde de voormalige partner bij verstek.
In hoger beroep stelde ICS dat zij op grond van onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking alsnog betaling kon vorderen. Het hof oordeelde dat de vernietiging van de overeenkomst tot gevolg heeft dat de rechtshandeling nietig is vanaf het begin en dat de betalingen op basis van die overeenkomst onverschuldigd zijn. ICS had echter aangetoond dat een deel van de schuld al was betaald, zodat geïntimeerde gehouden is het resterende bedrag van € 3.948,08 terug te betalen.
De gevorderde contractuele rente en buitengerechtelijke kosten konden niet worden toegewezen omdat deze waren gebaseerd op de vernietigde overeenkomst. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het tegen geïntimeerde was gewezen en veroordeelde haar tot betaling van het genoemde bedrag met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.948,08 met wettelijke rente vanaf 25 augustus 2009.