ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6265
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.W. Zandbergen
- W. Breemhaar
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Geschil over schorsing tenuitvoerlegging en verdeling nalatenschap bij betwisting vaderschap
In deze zaak staat een incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis tot verdeling van een nalatenschap centraal. Appellanten betwisten dat de erflater de biologische vader is van appellant sub 1, en stellen dat appellant sub 1 daarom geen erfgenaam is. Zij baseren dit op een DNA-onderzoek en een verklaring van de moeder.
Het hof overweegt dat het verzoek tot schorsing van de executie op grond van artikel 351 Rv Pro moet worden beoordeeld aan de hand van belangenafweging en dat de kans van slagen van het hoger beroep in principe buiten beschouwing blijft. Het hof constateert dat het DNA-onderzoek en de verklaring van de moeder reeds vóór het vonnis van eerste aanleg bekend waren, maar niet aan de rechtbank zijn voorgelegd. Ook is appellant sub 1 niet overgegaan tot een verzoek tot ontkenning van het vaderschap.
Het hof oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke juridische of feitelijke misslag in het bestreden vonnis en dat appellanten onvoldoende feiten en omstandigheden hebben aangevoerd die rechtvaardigen dat van de eerdere beslissing wordt afgeweken. De belangen van de Ontvanger bij executie van het vonnis wegen zwaarder dan de belangen van appellanten bij schorsing.
Daarom wijst het hof het incidentele verzoek tot schorsing af en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling. De beslissing over de kosten van het incident wordt gereserveerd tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot verdeling van de nalatenschap wordt afgewezen.