ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8987
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- M.E.L. Fikkers
- R.A. Zuidema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering uitzendwerknemer over onduidelijke einddatum arbeidsovereenkomst
De appellant was in dienst bij EWF op basis van een fase B-uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd, met als einddatum 23 december 2010 of het einde van het teeltseizoen. EWF beëindigde de werkzaamheden per 18 oktober 2010, met verwijzing naar het einde van het teeltseizoen, waarop appellant loon vorderde over de periode tot 23 december 2010.
De kantonrechter wees de vordering af omdat het teeltseizoen als ontbindende tijdsbepaling werd gezien, ondanks dat de inlener het einde had medegedeeld. Het hof stelde echter vast dat het begrip 'teeltseizoen' onvoldoende objectief bepaalbaar is, mede omdat werkzaamheden zoals schoonmaak en rooien ook tot het seizoen behoren en appellant en collega's tot in december werkten.
Het hof oordeelde dat de clausule geen ontbindende voorwaarde is en dat de mededeling van de inlener onvoldoende objectief is om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen. EWF had onvoldoende onderbouwd dat schoonmaakwerk niet tot de taken behoorde. Daarom was het niet gerechtvaardigd om het loon na 17 oktober 2010 stop te zetten.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde EWF tot betaling van het gevorderde loon, incassokosten, wettelijke verhoging en rente, alsmede de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt EWF tot betaling van het gevorderde loon en kosten wegens onvoldoende objectieve bepaling van het einde van het teeltseizoen.