ECLI:NL:GHLEE:2011:BU9077
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep overdrachtsbelasting en vergrijpboete bij aandelenoverdracht tankstation
Belanghebbende had aandelen in F BV gekocht, eigenaar van een tankstation, voor een koopsom van €1.528.999. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, gebaseerd op een waarde van €1.440.000, en een vergrijpboete wegens grove schuld. De Rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd tot €31.920 en de boete vernietigd.
In hoger beroep stond centraal of de waarde van de onroerende zaak die door de aandelen werd vertegenwoordigd correct was vastgesteld en of de boete terecht was opgelegd. Belanghebbende stelde dat de waarde van het tankstation €668.000 bedroeg, met het restant van de koopsom als schadevergoeding. De Inspecteur stelde dat de waarde €1.400.000 bedroeg, gebaseerd op taxatierapporten en verklaringen.
Het Hof oordeelde dat de waarde van €1.400.000 juist was, omdat de huurrelatie tussen F en E bepalend is voor de waarde, niet die tussen E en C. De boete bleef in stand vanwege een aan opzet grenzende nalatigheid van belanghebbende door slechts overdrachtsbelasting te voldoen over €668.000. Het Hof vernietigde het vonnis van de Rechtbank, verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het incidenteel beroep van de Inspecteur gegrond.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting van €1.400.000 en een vergrijpboete wegens grove schuld.