ECLI:NL:GHLEE:2012:5715

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
19 mei 2014
Zaaknummer
12/00046
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:41 AwbArt. 27l Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar het Gerechtshof verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht van €115. Belanghebbende had bijzondere bijstand voor het griffierecht aangevraagd en tevens uitstel van betaling gevraagd, maar deze verzoeken werden niet toegekend.

De griffier had belanghebbende schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de consequenties van niet-betaling. Het griffierecht was niet binnen de gestelde termijn van 28 dagen na de laatste aanmaning voldaan. Belanghebbende voerde aan dat de gemeente Groningen de aanvraag bijzondere bijstand niet tijdig had behandeld en onterecht had afgewezen, waardoor het niet betalen van het griffierecht verschoonbaar zou zijn.

Het Hof oordeelde dat het uitblijven van een besluit op de aanvraag bijzondere bijstand geen reden is om te concluderen dat belanghebbende niet in verzuim was. Tevens is het recht op toegang tot de rechter volgens artikel 6 EVRM Pro in belastingzaken alleen van toepassing bij boetes, wat hier niet het geval is. Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Sector belastingrecht
nummer 12/00046
uitspraakdatum: 25 september 2012
Uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer
op het verzet gedaan door
drs. [X]te [Z],
belanghebbende,
tegen de uitspraak van de vierde enkelvoudige belastingkamer van 25 mei 2012 van het Hof met kenmerk 12/00046

1.Ontstaan en loop van het verzet

1.1
Het verzetschrift van belanghebbende richt zich tegen de uitspraak van 25 mei 2012 van de vierde enkelvoudige kamer van het Hof. In deze uitspraak heeft het Hof met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van 16 februari 2012 van de rechtbank Leeuwarden (hierna: de Rechtbank), nummer AWB 11/1612, niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak van de Rechtbank is gedaan in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur).
1.2
Belanghebbende is tegen de uitspraak van het Hof van 25 mei 2012 tijdig in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingediend op 13 juni 2012. De Inspecteur heeft een reactie ingediend op het verzetschrift.
1.3
Het verzet is mondeling behandeld ter zitting van 18 september 2012. Partijen zijn daarbij niet verschenen. Belanghebbende heeft telefonisch aangegeven niet te zullen verschijnen. De Inspecteur heeft bij brief van 30 augustus 2012 aangegeven evenmin te zullen verschijnen.

2.Gronden van het verzet

2.1
Belanghebbende voert in deze procedure aan dat hij bijzondere bijstand voor het verschuldigde griffierecht heeft gevraagd, dat op deze aanvraag nog geen beslissing was genomen en dat hij uitstel voor het voldoen van het griffierecht heeft gevraagd.

3.Beoordeling van het verzet

3.1
Het verzet van belanghebbende heeft gezien het bepaalde in artikel 8:55 van Pro de Awb enkel betrekking op de vraag of de vierde enkelvoudige kamer van dit Hof belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.
3.2
Ingevolge artikel 8:41 van Pro de Awb in verbinding met artikel 27l van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt ten behoeve van de Staat van degene die hoger beroep instelt een griffierecht geheven dat in deze zaak € 115 bedroeg.
3.3
Ingevolge het tweede lid van voormeld artikel 8:41 van Pro de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het verschuldigde griffierecht niet is betaald binnen vier weken nadat de griffier degene die het beroep heeft ingesteld, schriftelijk op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4
De griffier heeft belanghebbende bij brief van 7 maart 2012 en daarna bij aangetekende brief van 10 april 2012 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. In eerstgenoemde brief is belanghebbende meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen 28 dagen dient te zijn bijgeschreven op de in die brief vermelde rekening dan wel contant ter griffie dient te worden gestort. De griffier heeft belanghebbende er daarbij op gewezen, dat niet tijdige betaling zal leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
3.5
Bij schrijven van 1 mei 2012 heeft belanghebbende het Hof schriftelijk verzocht om uitstel van betaling van het griffierecht. Bij schrijven van 3 mei 2012 heeft de griffier aan belanghebbende meegedeeld dat in belastingzaken geen uitstel van betaling kan worden verleend. De griffier heeft belanghebbende verzocht het griffierecht voor 8 mei 2012 te voldoen en daarbij aangegeven dat het uitblijven van betaling tot niet-ontvankelijkheid zal leiden.
3.6
Het verschuldigde griffierecht is niet binnen 28 dagen na 10 april 2012, zijnde 8 mei 2012, op de in voornoemde brief vermelde rekening bijgeschreven of contant ter griffie gestort.
3.7
Belanghebbende heeft in deze procedure aangevoerd dat de Gemeente Groningen de aanvraag voor bijzondere bijstand niet tijdig heeft behandeld en dat de aanvraag vervolgens op onjuiste gronden is afgewezen. Belanghebbende acht het niet, tijdig, voldoen van het verschuldigde griffierecht om die reden verschoonbaar.
3.8
De Inspecteur heeft in zijn reactie van 12 juli 2012 op het verzet geconcludeerd dat belanghebbende wegens het onbetaald laten van het griffierecht terecht niet-ontvankelijk is verklaard in het hoger beroep.
3.9
Het uitblijven van een besluit van de Gemeente Groningen op de aanvraag van belanghebbende strekkende tot de toekenning van bijzondere bijstand voor het voldoen van het griffierecht is naar het oordeel van het Hof niet een zodanige omstandigheid op grond waarvan kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
3.1
Dit oordeel is niet in strijd met het in artikel 6 van Pro het EVRM besloten liggende recht op toegang tot de rechter, nu artikel 6 van Pro het EVRM in belastingzaken uitsluitend van toepassing is ingeval een boete is opgelegd (Hoge Raad 23 juni 2006, nr. 42301, LJN AX9137, BNB 2006/294).
3.11
Nu verder geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of aannemelijk geworden, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat de indiener niet in verzuim is geweest. De vierde enkelvoudige kamer van het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende terecht met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
3.12
Het verzet treft geen doel.
3.13
Op grond van het vorenoverwogene dient als volgt te worden beslist.

4.Beslissing

Het Hof
verklaarthet verzet
ongegrond.
Gedaan door mr. P. van der Wal, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. de Jong als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2012.
De griffier De voorzitter
(H. de Jong) (P. van der Wal)
Op 26 september 2012 afschrift
aangetekend verzonden aan beide partijen.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.