ECLI:NL:GHLEE:2012:BV2347
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verificatie vorderingen wegens vaststellingsovereenkomst en verrekening in faillissementszaken
In deze zaak stond de verificatie van diverse vorderingen van B.V. A op de failliete boedels van B.V. X en B.V. Y centraal. B.V. A had deze vorderingen verkregen via cessie van voormalige debiteuren van de failliete vennootschappen. De rechtbank Groningen wees deze vorderingen af omdat een tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst, vastgelegd in een brief van 24 november 2003, in de weg stond aan het indienen en handhaven van deze vorderingen.
B.V. A stelde in hoger beroep dat de vaststellingsovereenkomst niet van toepassing was en dat verrekening niet had plaatsgevonden. Het hof oordeelde echter dat de vaststellingsovereenkomst het risico van tegenvorderingen volledig bij B.V. A legde in ruil voor een korting op de koopsom. Het indienen of handhaven van de vorderingen door B.V. A druist in tegen de strekking van deze overeenkomst.
Daarnaast stelde het hof vast dat de tegenvorderingen van debiteuren [Q] en [R] rechtsgeldig waren en dat deze vorderingen door verrekening met de vorderingen van de failliete boedels waren tenietgegaan voordat deze aan B.V. A werden gecedeerd. B.V. A had onvoldoende gemotiveerd betwist dat verrekening had plaatsgevonden, waardoor de vorderingen niet konden worden geverifieerd.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde B.V. A in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de verificatie van de vorderingen van B.V. A af wegens vaststellingsovereenkomst en verrekening.