ECLI:NL:GHLEE:2012:BV2362
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A. Zuidema
- M.E.L. Fikkers
- A.W. Jongbloed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindigingsovereenkomst ondanks geschil over voorwaarden en wilsgebrek
In deze zaak stond centraal of de beëindigingsovereenkomst tussen SGB en de werknemer onder bepaalde voorwaarden was gesloten en of sprake was van wilsgebrek bij de werkgever. De werknemer was in dienst bij SGB en trad later in dienst bij een concurrent, Clefi. SGB stelde dat de overeenkomst was aangegaan onder de voorwaarden dat de werknemer geen uitzicht had op ander werk en geen onrechtmatige handelingen had verricht. Tevens stelde SGB dat sprake was van wilsgebrek wegens dwaling of bedrog.
De kantonrechter wees de vorderingen van SGB af, omdat onvoldoende bewijs werd geleverd dat de voorwaarden deel uitmaakten van de overeenkomst en dat de werknemer een mededelingsplicht had geschonden. Het gerechtshof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de faxbrief met aanvullende voorwaarden niet tijdig bij de gemachtigde van de werknemer was gekomen en dat de inhoud van de overeenkomst al op 30 juni 2009 vaststond.
Het hof overwoog dat SGB onvoldoende concreet bewijs had geleverd dat de werknemer zicht had op ander werk bij het sluiten van de overeenkomst of dat hij onrechtmatig had gehandeld. Ook het beroep op wilsgebrek werd verworpen, omdat SGB niet aannemelijk had gemaakt dat de werknemer onjuiste mededelingen had gedaan of informatie had verzwegen. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en SGB werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de beëindigingsovereenkomst rechtsgeldig is en wijst de vorderingen van SGB af.